1. Jagers, boeren en romeinen

Oudste landschap en vroegste bezoekers

Zeeuwser dan Kapelle kan bijna niet. De gemeente grenst zowel aan de Ooster- als aan de Westerschelde. Maar dat is niet altijd zo geweest. Ver vóór onze jaartelling lag het gebied van de gemeente binnen een groot moeras. De Oosterschelde was een onbelangrijk stroompje, de Westerschelde bestond nog niet.

Ruim zesduizend jaar geleden was Zeeland een gebied van stroomgeulen, zandplaten, slikken en schorren. Het getij kreeg vrij spel, dankzij de nabijheid van de piepjonge Noordzee. De Oosterschelde begon zich voorzichtig af te tekenen tussen de ‘Frans-Belgische’ Schelde en de zee. In de volgende paar duizend jaar ontwikkelde de Oosterschelde zich van een stroompje tussen uitgestrekte kustveenmoerassen tot een bredere zeearm.

De huidige Westerschelde is veel jonger. Zij dateert op zijn vroegst uit de achtste eeuw na Christus, toen het stroompje de Honte de Noordzee met de Schelde tegenover Ossendrecht ging verbinden. Sommige geleerden plaatsen dit gebeuren nog enkele eeuwen later. Pas vanaf de vijftiende eeuw werd de Westerschelde de brede, belangrijke vaarweg die we nu kennen.

De alleroudste bezoekers van het gebied waarin de gemeente Kapelle ligt waren de Neanderthalers. Zij waren de voorgangers van de moderne mens. Ze leefden tot ongeveer 40.000 jaar geleden. De Neanderthalers maakten vooral jacht op grote zoogdieren, zoals mammoeten. Op het gebied van de gemeente zijn van deze uitgestorven mensensoort geen sporen gevonden.

Wel bij Ellewoutsdijk (gemeente Borsele), waar uit de Westerscheldebodem een menselijke onderkaak tevoorschijn kwam. Daar is ook een bijl van rendiergewei van ongeveer 12.000 jaar geleden opgezogen. Die behoorde wel aan de moderne mens, die in deze periode nog steeds leefde van de jacht en het verzamelen van voedsel.

Boeren uit de Steentijd

Van latere bezoekers is wel wat teruggevonden in de tegenwoordige gemeente. In 2016 kwam een vuurstenen bijl van 13 bij 6,5 centimeter tevoorschijn in een achtertuin aan de Warretjes in Kapelle. Hij is op enkele plekken gepolijst. Dat betekent dat deze bijl uit de nieuwe of jonge Steentijd komt (Neolithicum; in Zeeland ongeveer 4000-2000 voor Christus). Hij was in gebruik bij de oudste boerengemeenschappen, want in deze periode waren de mensen overgegaan op landbouw. Het is onbekend of de bijl op het grondgebied van Kapelle is verloren. Misschien is hij van elders meegevoerd door een stroomgeul.

Meer sporen van de ‘eerste boeren’ van Zuid-Beveland kennen we uit de omgeving van Baarland (gemeente Borsele). Onderzoekers hebben vastgesteld dat deze mensen graan verbouwden en dennen omhakten. Hun sporen zaten in een veenlaag, die rond 3000 voor Chr. begon te groeien. Meer westelijk, bij Driewegen, is een stuk van een vuurstenen bijl gevonden, waarmee ze die boompjes misschien hebben gekapt. Uit dezelfde tijd stamt een vuurstenen pijlpunt, die bij Kruiningen is ontdekt. De oudste boeren gingen dus ook nog op jacht.

Het onderzochte landschap bij Baarland werd na 3000 voor Chr. snel natter. Dat is vastgesteld aan de hand van de vele moerasplanten die toen voorkwamen. De Steentijdboeren zijn toen waarschijnlijk noodgedwongen weggetrokken.

Romeinse boerderij

Tijdens de Bronstijd en de IJzertijd (circa 1800-50 voor Chr.) was het latere Zeeland zeer dunbevolkt. Toen kwamen de Romeinen. Bij Kapelle is waarschijnlijk zelfs de eerst bekende inheems-Romeinse boerderij van Zeeland uit de tweede/derde eeuw opgegraven. Archeologen maakten dit in 2018 bekend, na een opgraving op het bedrijventerrein Smokkelhoek. De gelegenheid deed zich voor, toen een bedrijf wilde uitbreiden.

De archeologen troffen resten aan van een rechthoekig gebouw. Het was ruim 16,8 meter lang en minimaal 6,8 meter breed. De houtresten bestonden uit onderdelen van vlechtwerkwanden, liggende houten balken, dwarsbalken en aangepunte palen. Deze overblijfselen lagen onder een dik pakket klei, waardoor ze goed bewaard zijn gebleven. Onderin een geul bij de boerderij lagen grote hoeveelheden Romeins aardewerk. Maar ook dakpan- en tegelfragmenten, en dierlijke botten.

Tijdens de bouw van de Westerscheldetunnel (geopend 2003) waren bij Ellewoutsdijk al negen inheems-Romeinse boerderijen uit een iets eerdere periode ontdekt.

In de Smokkelhoek waren eerder ook al resten van een houtconstructie gevonden, die waarschijnlijk hoorden bij een Romeinse zoutpan. De zoutproductie was in deze periode erg belangrijk in dit gebied. Een deel van het zout gebruikten de ‘Romeinse Zeeuwen’ als grondstof voor de beroemde Romeinse vissaus of allec. Die werd gemaakt van schelpdieren zoals mossel en kokkel, of kleine haringachtigen als ansjovis en sprot. Allemaal dieren, die ruim voorhanden waren in de zeearmen en de geulen in het gebied van Romeins Kapelle.

En verder…

Veen is een natte, sponsachtige grondsoort die gevormd is door afgestorven planten in moerassen. Zuid-Beveland was net als de rest van Zeeland in de Romeinse tijd nog altijd een aaneengesloten veengebied. Er stroomden enkele geulen doorheen. Eén daarvan mondde uit in de rivier de Schelde bij Wemeldinge. De loop hiervan is nog in het landschap terug te vinden tot aan Biezelinge. Vanaf Biezelinge liep er ook een geul in westelijke richting. De oeverwallen of opvulling van de geulen groeiden uit tot kreekruggen, die voor de geschiedenis van de gemeente Kapelle zeer belangrijk werden (zie het volgende hoofdstuk).

Veenmoerassen bedekten het merendeel van het Nederlandse laagland en zelfs grote delen van het hogere achterland. Het was er nat en verraderlijk. Vanaf de elfde eeuw begon de systematische ontginning van de Nederlandse veenmoerassen. In Zeeland gebeurde dat veel eerder, op kleine schaal al in de Romeinse tijd. Het gedroogde veen (turf) werd gebruikt als brandstof onder de zoutpannen, omdat hier vrijwel geen bomen groeiden. Maar ook als grondstof voor de zoutbereiding, dankzij de invloed van de zee. Want na verbranding van het veen bleef zouthoudende as over. Deze manier van zoutwinning heette in de Middeleeuwen ‘selnering’ of ‘moernering’. En het afgraven van het veen noemden de Zeeuwen ‘darinc delven’.

[Tijdbalk]

4000-2000 vChr. | Vuurstenen bijl uit Kapelle (jonge Steentijd)

0 | Begin van onze jaartelling

200-300 nChr. | Romeinse boerderij, Kapelle-Smokkelhoek